Er is merkwaardig genoeg altijd een verhoudingsgewijs hoog potentieel aan intellectuelen onder joden geweest getuige het relatief hoge aantal Nobelprijswinnaars. Een van de verklaringen, die vaak wordt aangevoerd is, dat in de joodse cultuur eeuwenlang de studie van de Thora en de Talmoed een dominante plaats heeft ingenomen; van schriftgeleerde naar geleerde is dan een kleine stap. Maar de intellectuele aanleg zal dan toch zeker aanwezig moeten zijn. We noemen slechts enkele bekende wetenschappers.

Einstein is een van die geleerden, die toch veel tot de verbeelding heeft geproken met zijn revolutionaire ontdekkingen en theorieën van de speciale en algemene relativiteitstheorie. Hij ontving helaas zijn Nobelprijs in 1921 niet voor de reltiviteitstheorie, maar voor zijn theorie over het foto-electrisch effect... 

Timedilation volgens Einstein kunt u met de volgende multimediale voorbeelden begrijpen:www.phys.unsw.edu.au/einsteinlight/jw/module4_time_dilation.htm 
en www.walter-fendt.de/ph11e/timedilation.htm

Naast hem kennen we nog andere namen zoals de fysicus Niels Bohr, beroemd geworden met zijn onderzoek naar de atoomstructuur en de uitgezonden straling. Hij ontving daarvoor in 1922 de Nobelprijs. 

 

 

Een paar andere namen zijn de Duitse fysicus Gustav Hertz, eveneens van joodse komaf, ontving in 1925 samen met James Franck de Nobelprijs voor natuurkunde voor zijn ontdekking van de wetten die de invloed van op atomen botsende elektronen beheersen.




Noemen we ook nog de wiskundige, chemicus en computergeleerde Von Neumann, de grondlegger van het computer bouwconcept van wat nog steeds geldt voor dat van de huidige computer. Voor verdere informatie over de architectuur van de computer, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Von_Neumann-architectuur





Zo ontving in 1997 Stanley Prusiner, hoogleraar neurologie, virologie en biochemie, de Nobelprijs voor de geneeskunde voor zijn ontdekking van de prionen als veroorzakers van de ziekte van Creuzfeldt-Jacob.




Maar een belangrijk geleerde was Karl Landsteiner, een Oostenrijks arts, die in 1901 de bloedgroepen ontdekte en daarvoor in 1930 de Nobelprijs voor de geneeskunde kreeg.






Eigenlijk is het een grote schare, die wel ruim twintig procent van de Nobelprijswinnaars omvat. En dan is er nog een schare van niet onverdienstelijken, die dan wel nooit die prijs ontvingen, maar die ook veel betekend hebben. Daarvan noemen we een paar namen als de dieptepsychlogen  Siegmund Freud en Alfred Adler van begin 1900 en met gemengde gevoelens laten we toch ook de naam van Karl Marx, de man van 'Das Kapital' vallen. En wie kent niet de naam van de filosoof Spinoza. Van de vele hier genoemde en niet-genoemde namen kan zonder meer niet worden gezegd, dat ze dan ook religieus waren of nog iets aan hun jodendom deden.